
Na het avondeten blijft er regelmatig wat eten over. Misschien heb je extra pasta gemaakt, is er nog een portie groente over of staat er een stukje ovenschotel op tafel. Weggooien voelt dan onnodig. Je kunt restjes immers vaak de volgende dag opnieuw eten. Toch is het belangrijk om ze op de juiste manier te bewaren. Anders kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en kun je ziek worden. Maar hoelang kun je restjes veilig in de koelkast bewaren? En waar moet je op letten voordat je ze opnieuw eet? Met een paar eenvoudige gewoonten houd je overgebleven eten langer veilig.
Hoe lang blijven restjes goed in de koelkast?
Als algemene richtlijn kun je bereide restjes meestal maximaal twee dagen in de koelkast bewaren. Daarbij is het wel belangrijk dat je het eten snel afkoelt en bij een temperatuur van ongeveer vier graden bewaart. De precieze bewaartijd kan verschillen per gerecht en ingrediënt. Daarom is het verstandig om ook rekening te houden met de aanwijzingen op de verpakking van gebruikte producten.
Bewaar restjes bovendien niet zomaar in de pan waarin je hebt gekookt. Doe ze liever in een schone, afsluitbare bak. Zo bescherm je het eten beter tegen andere producten in de koelkast. Schrijf eventueel de bereidingsdatum op de verpakking. Daardoor weet je later gemakkelijker wanneer je het gerecht hebt gemaakt.
Laat eten niet te lang buiten de koelkast staan
Na het koken wil je misschien eerst rustig eten of de keuken opruimen. Toch is het belangrijk om restjes niet urenlang op het aanrecht te laten staan. Laat warm eten daarom kort afkoelen en zet het zo snel mogelijk in de koelkast. Als praktische richtlijn geldt dat bederfelijk eten niet langer dan twee uur op kamertemperatuur hoort te staan.
Een grote pan soep of een ruime ovenschotel koelt vaak langzaam af. Verdeel zo’n gerecht daarom over kleinere, ondiepe bakjes. Daardoor kan de warmte sneller ontsnappen. Bovendien neemt een kleine portie minder ruimte in en kun je later precies pakken wat je nodig hebt. Zet eten dus niet onnodig lang buiten de koelkast om het volledig koud te laten worden.
Controleer de temperatuur van je koelkast
Een koelkast werkt alleen goed als de temperatuur laag genoeg is. Stel hem daarom in op ongeveer vier graden Celsius. Bij deze temperatuur groeien veel bacteriën minder snel. Toch betekent dat niet dat eten onbeperkt houdbaar blijft. Ook in een koude koelkast verandert voedsel na verloop van tijd.
Controleer de temperatuur bij voorkeur met een koelkastthermometer. Vertrouw namelijk niet alleen op de draaiknop of het display. De werkelijke temperatuur kan afwijken. Zet restjes daarnaast niet tegen de achterwand als daar producten kunnen bevriezen. Zorg ook dat de koelkast niet zo vol staat dat koude lucht nauwelijks kan circuleren.
Ruiken en kijken is niet altijd voldoende
Restjes die er goed uitzien, zijn niet automatisch veilig om te eten. Sommige ziekteverwekkende bacteriën veranderen de geur, kleur of smaak van voedsel namelijk niet duidelijk. Alleen even ruiken is daarom geen betrouwbare manier om de veiligheid te beoordelen.
Zie je schimmel, merk je een vreemde geur op of ziet het eten er anders uit dan verwacht? Gooi het dan weg. Proef er niet van om te controleren of het nog goed is. Twijfel je over hoe lang een gerecht buiten de koelkast heeft gestaan of hoe lang het al bewaard wordt? Neem dan geen risico. Weggooien is in dat geval de veiligste keuze.
Warm restjes goed door
Wil je restjes opnieuw eten? Verwarm ze dan grondig, zodat het gerecht overal goed heet is. Roer soep, saus en andere gerechten tussendoor om. Daardoor worden koude plekken voorkomen. Gebruik je een magnetron, verdeel het eten dan gelijkmatig en laat het na het opwarmen zo nodig even staan.
Verwarm bij voorkeur alleen de portie die je daadwerkelijk gaat eten. Zo hoef je niet telkens het hele gerecht opnieuw op te warmen en weer af te koelen. Bewaar de overige porties ondertussen in de koelkast. Het is bovendien verstandig om restjes niet steeds opnieuw af te koelen en op te warmen. Dat maakt het lastiger om de voedselveiligheid goed te bewaken.
Kun je restjes ook invriezen?
Weet je al dat je het eten niet binnen twee dagen zult opeten? Dan kan invriezen een goede oplossing zijn. Verdeel het gerecht in porties en gebruik bakjes of zakjes die geschikt zijn voor de vriezer. Noteer ook hier de datum. Zo voorkom je dat restjes achter in de vriezer blijven liggen.
Laat bevroren eten bij voorkeur in de koelkast ontdooien. Dat duurt soms wat langer, maar helpt om het eten op een veilige temperatuur te houden. Verwarm het vervolgens goed door. Volg daarnaast eventuele specifieke bewaarinstructies voor het gerecht of de ingrediënten.
Bewaar restjes met een vaste routine
Restjes veilig bewaren hoeft niet ingewikkeld te zijn. Zet ze op tijd in de koelkast, gebruik schone bakjes en houd de temperatuur rond vier graden. Eet bereide restjes bij voorkeur binnen twee dagen op of vries ze eerder in als dat beter uitkomt. Noteer de datum en verwarm het eten opnieuw goed door.
Zo weet je beter wat er nog in de koelkast staat. Bovendien voorkom je dat eten onnodig lang blijft liggen. Met een vaste routine maak je het dagelijks bewaren van restjes eenvoudiger én verklein je de kans op voedselgerelateerde klachten.